Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Heb je mijn vriend ontmoet?

Na een meer uitgebreider introductie van twee van de drie uitgenodigde gastsprekers van de avond - Yasmin Tri Aryani en Staci Bu Shea - introduceerde de Trojan Horse Cell (onze groep binnen de groep, bestaande uit Clara Balaguer, Isola Tong, Alfred Marasigan en Czar Kristoff) de derde gast, Renan Laru-an, via de queer, popcultuur benadering door hem de 73 vragen van Vogue te stellen. Deze benadering komt in de context van mingling, waarbij de nadruk wordt gelegd op de informaliteit die nodig is voor intimiteit en zorg: “Hoe kunnen we de energie terugkrijgen die we vroeger stiekem meenamen in gangen, op trottoirs, in cafetaria’s, bij de koffieautomaat? Voor we binnengaan moeten we eerst naderkomen, veilig rondcirkelen om aan te geven dat we dichterbij komen. We willen een kritisch pleidooi houden voor het belang van vriendelijke introducties en voor het toestaan gebabbel.”  

Renan is een onderzoeker die werkt in Sultan Kudarat, in het zuiden van de Filippijnen. Hij creëert tentoonstellings-, publieks- en onderzoeksprogramma’s die ‘ontoereikende’ en ‘afgetrokken’ beelden of onderwerpen bestuderen op het snijvlak van ontwikkelings- en integratieprojecten. Lopende projecten zijn onder meer But Ears Have No Lids (2021) en Promising Arrivals, Violent Departures (2018).  

De vragen waren snel gesteld, net zo leuk om naar te kijken als het leek om ze te beantwoorden. We leerden Renan kennen, persoonlijk en professioneel. We leerden hem kennen door zijn achtertuin (vol wildernis en bruine en groene kleuren), zijn favoriete curatoriële moment, zijn favoriete westerse kunsttermen (alles wat eindigt op -ity), zijn archief ergernis - ernst, en zijn huidige fascinatie voor bloemen, bloemblaadjes, en onvolmaakte beschrijvingen. Helaas had Renan niet meer dan 30 seconden om de laatste vraag te beantwoorden, die voor het eerst in 1969 werd gesteld aan Gloria Diaz, de eerste Phillipino Miss Universe: “In de komende dag of zo, zal een man op de maan landen. Als een man van de maan in je woonplaats zou landen, wat zou je dan doen om hem te vermaken?”.

Dit is te zien in voorbeelden als Berlage’s documentatie en tekening van zijn Indonesië-reis en de Wereldtentoonstelling in Parijs. Yasmin liet zien hoe sommige inclusieve strategieën deze status quo in twijfel trekken en nieuwe manieren van waardering creëren voor een diverse architectuur en erfgoed. In plaats van een nieuwe architectuur die buitenlandse stijlen reproduceert of het stedelijk landschap verwestert, bouwen deze benaderingen voort op traditie in al haar diversiteit.  

In Wae Rebo, in Oost Nusa Tenggara, vormen belichaamde en gesitueerde kennis de sleutel tot de wederopbouw van traditie en archivering. Architectuur ging leren van de dorpelingen, en niet andersom: levende tradities en mondelinge geschiedenissen werden vertaald naar de gebouwde omgeving, in een heropleving van niet-institutionele kennis.

Plaatsen van zorg

Catherine, die vanuit haar huis deelnam, maakte een opmerking over de warmte en goede energie in onze Zoom-bijeenkomst, en zij vroeg naar de rol van instellingen met betrekking tot zorg – de inhoud, het team, de gasten kunnen suggesties en -voorwaarden ontwikkelen, maar hoe zit het op het structurele niveau? Hoe krijg je een ‘zorgende’ instelling?  

Dit is zowel een relevante vraag, als een vraag waarop iedereen wil antwoorden – vooral omdat het iets is dat de Werkgroep altijd aanwezig heeft in de vergaderingen en gedeelde gedachten. Voor Collecting Otherwise wil het team bijna een “exorcisme” doen van alle kennis, het bevorderen van interne zorg en verbindingen met verschillende leden en lagen van het instituut. Dit betekent veel productie, etherpad notities, Google documenten en het bedenken van toekomstig beleid dat het werk voortzet door het archief en daarbuiten - het maken van een archiefzorgkaart, een serie van verzamelingen van best practices die rechtstreeks vragen stellen aan het archief, zijn donateurs en andere betrokkenen. Wat zou het archief vragen?  

Harriet Rose Morley gaat hierop in en voegt eraan toe dat het denken over nieuwe manieren om archieven te verwerven een vertrouwen en een overdracht van zorg mogelijk maakt, en dat openbare bijeenkomsten zoals deze ook open ruimtes zijn voor meer bijdragen over hoe dit werk voortgezet kan worden.  

Maar hoe zit het met de weigering, hoe zit het met de dood? Czar Kristoff vraagt zich af wat de dood van het archief is, of misschien de dood van de solitaire manieren van archiveren, door collectieve kennisopbouw zoals in de werkgroep: vanaf het begin benaderen we ook de instelling als archief. Terugkomend op Catherine’s vraag, merkt Czar op dat het opbouwen van zorg in het werken met instellingen begint met een embryo, als een zaadje eerst - en het proces dat we gedurende dit jaar delen is het kweken van zaadjes. Staci pikken deze vraag ook op en merken op dat institutioneel werk eerst als een huis moet beginnen om een gebouw te worden. Als we het gebouw moeten ontmantelen, moet het ook weer een huis worden – maar laat je iedereen toe in je huis? Wanneer moeten we weigeren, wanneer moeten we ondoorzichtigheden creëren? Misschien moeten sommige kennisarchieven in de genealogie van bepaalde gemeenschappen blijven, en niet in de zorg van de instelling.  

Yasmin brengt noties van haar eigen onderzoek in bij deze vraag, waarbij ze zich afvraagt hoe het zit met tradities buiten het archief, en hoe dit “huis” wordt gedefinieerd en gebouwd. Aangezien tradities met de cultuur mee evolueren, moeten we de relevantie ervan in het oog houden. Voor Staci moeten we ons blijven afvragen of conserveren en verzorgen ook verduisteren betekent. Wanneer moet het archief te ruste worden gelegd, en wanneer moet de instelling het huis teruggeven aan de gemeenschappen?  

Terwijl de chat levendig bleef met boekaanbevelingen en kleine notities, moest de avond worden afgesloten, althans officieel. We zetten een informele discussie voort in onze virtuele bar, waarbij onze Zoom call de energie aannam van de drankjes die je deelt nadat het auditorium is gesloten. Setareh nam afscheid met de gedachte dat, in de instelling, verschillende cellen in en uit het lichaam naast elkaar kunnen bestaan, in symbiose.  

We danken iedereen voor hun aanwezigheid in alle verschillende samenstellingen, en kijken uit naar de volgende bijeenkomst waar we meer updates en gedachten kunnen delen. Neem gerust contact op met: collectingotherwise@hetnieuweinstituut.nl en hou een oogje op dit webmagazine.